ECLI:NL:HR:1996:AA1942
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente bij niet tijdige afdracht loonbelasting ondanks geen aangiftebiljet
Belanghebbende, een besloten vennootschap, betaalde in 1991 loon aan twee werknemers en hield loonbelasting/premie volksverzekeringen in, maar droeg deze niet af. Omdat zij niet als inhoudingsplichtige bekend was, ontving zij geen aangiftebiljetten. Pas in 1993 verstrekte zij gegevens aan de Inspecteur, waarna een naheffingsaanslag en heffingsrente werden opgelegd.
Het Hof bevestigde de heffingsrente, wat de Hoge Raad in cassatie bekrachtigde. De kernvraag was of heffingsrente alleen verschuldigd is als de nageheven belasting hoger is dan eerder aangegeven. De Hoge Raad oordeelde dat het niet tijdig doen van aangifte gelijkgesteld moet worden aan het doen van een aangifte tot nihil, waardoor heffingsrente terecht is.
Daarnaast wees de Hoge Raad het verweer af dat heffingsrente een boete zou zijn vanwege incidentele coulance van de Inspecteur bij andere inhoudingsplichtigen. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de heffingsrenteheffing.