ECLI:NL:HR:1996:AA1944
Hoge Raad
- Cassatie
- Urlings
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1986
Aan A is voor het jaar 1986 aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 37.521. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 63.653 en een verhoging van 100%, waarvan 75% werd kwijtgescholden. A ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de navorderingsaanslag en het besluit tot gedeeltelijke kwijtschelding handhaafde.
X B.V. stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, maar de Hoge Raad stelde vast dat het beroep kennelijk per abuis op naam van X B.V. was ingesteld, terwijl het ging om een aanslag aan A. Daarom werd A als de appellant in cassatie aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten geen grond voor cassatie boden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem gehandhaafd.