ECLI:NL:HR:1996:AA1952
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten kantoorruimte en cursussen bij inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende, werkzaam als docente met een parttime dienstverband en aanvullende weduwenpensioenen, had de kosten van een kantoorruimte in haar woning en cursussen opgevoerd als aftrekposten in haar aangifte inkomstenbelasting 1991. De Inspecteur handhaafde de aanslag en het Hof bevestigde dit na bezwaar en beroep.
De Hoge Raad overwoog dat voor aftrek van kosten van een kantoorruimte in de eigen woning vereist is dat het merendeel van het arbeidsinkomen in of vanuit die ruimte wordt verkregen, hetgeen niet het geval was omdat ook weduwenpensioenen tot de inkomsten uit vroegere arbeid behoren die meetellen. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de cursuskosten niet zijn vrijgesteld van de aftrekbeperking van artikel 36 lid Pro 2 g Wet IB 1964, mede gelet op de wetsgeschiedenis waarin de wetgever bewust heeft gekozen voor een kwantitatieve benadering om afbakeningsproblemen te voorkomen.
De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 24 april 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1991 wordt bevestigd zonder aftrek van kantoorruimtekosten en met toepassing van aftrekbeperking op cursuskosten.