ECLI:NL:HR:1996:AA1969
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belastbaar inkomen bij bijdrage aanschaf auto door werknemer
Belanghebbende kreeg in 1991 van zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld met een catalogusprijs van ƒ 42.000,--, waarvoor hij een bijdrage in de aanschafkosten van ƒ 14.262,50 betaalde. De auto werd zowel zakelijk als privé gebruikt. De Inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op basis van de catalogusprijs minus de eigen bijdrage, terwijl belanghebbende betoogde dat het meerdere van de bijdrage boven het volgens de wet te belasten bedrag als aftrekpost moest gelden.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en handhaafde de aanslag zoals ambtshalve verminderd. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onderzoek had verricht naar het daadwerkelijke gebruik van de auto voor privé- en zakelijke doeleinden, terwijl dit voor de juiste vaststelling van het belastbare inkomen wel noodzakelijk is.
De Hoge Raad stelde dat sinds de wetswijziging per 1 januari 1990 alleen brandstofkosten aftrekbaar zijn en dat de bijdrage in de aanschafkosten gesplitst moet worden naar het gebruiksdoel. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar het gebruik van de auto en juiste vaststelling van het belastbare inkomen.