ECLI:NL:HR:1996:AA1991
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag schenking wegens onduidelijkheid over opeisbaarheid lening
Belanghebbende kreeg een aanslag in het recht van schenking opgelegd naar aanleiding van een schenking door haar moeder A. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad stelde vast dat het hof onterecht had geoordeeld dat het beding van directe opeisbaarheid en aflosbaarheid van een lening in de akte van verdeling niet werkelijk was overeengekomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden weliswaar kunnen suggereren dat directe opeisbaarheid in de praktijk zelden zal worden uitgeoefend, maar dat dit niet betekent dat het beding geen reële betekenis heeft. Hierdoor kon het hof zijn oordeel niet in stand houden.
De uitspraak van het hof, de uitspraak van de inspecteur en de aanslag werden vernietigd. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag en de uitspraken van het hof en de inspecteur wegens onjuiste beoordeling van de opeisbaarheid van de lening.