ECLI:NL:HR:1996:AA1995
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting bij privégebruik gezamenlijke auto echtgenoten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 46.245. Daarna werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 61.025 en een verhoging van 100%, waarvan de Inspecteur 50% kwijtschelding verleende. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de navorderingsaanslag en de gedeeltelijke kwijtschelding handhaafde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat bij het ter beschikking stellen van een gezamenlijke auto aan echtgenoten het privégebruik gezamenlijk wordt beoordeeld en de bijtelling aan elk voor de helft wordt toegerekend, conform artikel 42 lid 3 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. De klachten tegen dit oordeel faalden en behoefden geen nadere motivering.
De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 9 augustus 1996 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Stoffer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof over de navorderingsaanslag en bijtelling wordt bevestigd.