ECLI:NL:HR:1996:AA2003
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek kantoorruimte thuis bij inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende was in 1991 werkzaam als leraar Nederlands en verrichtte daarnaast betaalde werkzaamheden als docent en examinator publiekrecht. Hij beschikte over een kantoorruimte in zijn woning waar hij werkzaamheden voor beide functies verrichtte. De vraag was of de kosten van deze kantoorruimte aftrekbaar waren in verband met zijn dienstbetrekking.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij ten minste 783 uren in zijn kantoorruimte werkzaam was voor zijn dienstbetrekking, hetgeen nodig was voor aftrek van de kosten. Dit oordeel was gebaseerd op een waardering van de bewijsmiddelen die in cassatie niet kon worden aangevallen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 10 april 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd dat de aftrek van kosten kantoorruimte niet toekomt.