ECLI:NL:HR:1996:AA2005
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat vervoer van leeg fust geen onsplitsbare prestatie is voor omzetbelasting
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het eerste kwartaal van 1993, omdat de Belastingdienst een deel van de omzet toerekende aan het vervoer van leeg fust. X B.V. was het hier niet mee eens en ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag verminderde.
Het Hof oordeelde dat het vervoer van leeg fust naar de tuinder en het vervoer van vol fust naar de veiling niet zodanig met elkaar verbonden zijn dat zij als één prestatie moeten worden gezien voor de omzetbelasting. Ook vond het Hof dat het vervoer van leeg fust niet onder de specifieke vrijstellingsregeling van de Wet op de omzetbelasting 1968 valt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van X B.V. De Hoge Raad stelde vast dat de feiten en omstandigheden die het Hof had vastgesteld niet tot een andere rechtsopvatting leiden en dat het Hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd. Er was geen aanleiding om het oordeel van het Hof te vernietigen.
De Hoge Raad wees tevens af dat er proceskosten aan X B.V. werden opgelegd en sprak het arrest uit op 10 april 1996.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het vervoer van leeg fust geen onsplitsbare prestatie is voor de omzetbelasting.