ECLI:NL:HR:1996:AA2006
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verschuldigdheid desinvesteringsbetaling bij teruggaaf bijzondere verbruiksbelasting taxi's
Belanghebbende, een BV die een taxibedrijf exploiteert, kreeg voor 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag hield rekening met een teruggaaf van de bijzondere verbruiksbelasting (BVP) voor taxi's, waarvan de teruggaaf in drie jaarlijkse porties plaatsvindt volgens artikel 50, lid 12, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De kern van het geschil was of over deze teruggaaf een desinvesteringsbetaling verschuldigd was. Het Hof oordeelde dat dit het geval was, omdat de teruggaaf als een teruggaaf met betrekking tot een investering in taxi's moet worden gezien, en niet als een exploitatiesubsidie.
Belanghebbende stelde dat de teruggaaf een exploitatiesubsidie was bedoeld om de opwaartse druk op taxitarieven tegen te gaan en dat daarom geen sprake kon zijn van een desinvesteringsbetaling. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de teruggaaf een investeringskarakter heeft en dat de desinvesteringsbetaling terecht is opgelegd.
De Hoge Raad wees ook op het feit dat de belastingplichtige niet had gekozen om de teruggaaf direct op de kostprijs van de auto's in mindering te brengen, wat de verschuldigdheid van de desinvesteringsbetaling bevestigt. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verschuldigdheid van de desinvesteringsbetaling over de teruggaaf van de bijzondere verbruiksbelasting.