ECLI:NL:HR:1996:AA2007
Hoge Raad
- Cassatie
- Urlings
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gemeente tot aanbrengen wielklem ter zekerheid betaling naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende werd door de gemeente Amsterdam een bedrag van ƒ 60,-- opgelegd voor de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze beschikking gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de gemeente op grond van artikel 10, lid 1, van de Verordening Parkeerbelastingen 1991 in samenhang met artikel 283b van de Gemeentewet (oud) bevoegd is om zonder individuele beoordeling van de bereidheid tot betaling direct een wielklem aan te brengen ter zekerheid van de naheffingsaanslag. Belanghebbende voerde geen misbruik van deze bevoegdheid aan, waardoor het oordeel van het Hof juist is.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bepaalt dat een deel van de proceskosten aan belanghebbende wordt terugbetaald. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest is op 10 april 1996 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Urlings, Jansen en Fleers.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bevoegdheid van de gemeente om zonder individuele beoordeling een wielklem aan te brengen en wijst het cassatieberoep af.