ECLI:NL:HR:1996:AA2010
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 wegens niet-bindende aannemingsovereenkomst
Belanghebbende kreeg aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting 1987 opgelegd, die werd verminderd na verrekening van investeringsbijdragen over 1988. Later legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op vanwege het niet overleggen van een aanvullende overeenkomst die een ruime ontbindingsmogelijkheid bevatte.
Het Hof oordeelde dat er op 26 februari 1988 geen bindende verplichtingen waren aangegaan door belanghebbende, omdat de aanvullende overeenkomst een ontbindingsrecht bevatte dat de wilsovereenstemming ontbrak. Hierdoor werd de navorderingsaanslag gehandhaafd en de verhoging kwijtgescholden.
Belanghebbende stelde vijf middelen van cassatie voor, maar de Hoge Raad verwierp deze omdat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en de feitenrechter bevoegd is tot uitlegging van de overeenkomst. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Het arrest bevestigt dat een ruime ontbindingsmogelijkheid in een overeenkomst kan leiden tot het ontbreken van definitieve verplichtingen en rechtvaardigt het opleggen van een navorderingsaanslag bij onjuiste investeringsbijdragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag wordt gehandhaafd.