ECLI:NL:HR:1996:AA2016
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor golflessen en toernooideelname
Belanghebbende, een golfleraar, ontving startgeld en prijzengeld voor deelname aan golftoernooien, waarvan een deel in Nederland werd gespeeld. Hij had hierover geen omzetbelasting afgedragen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op, die na bezwaar werd verminderd maar in stand bleef.
Het Gerechtshof bevestigde deze naheffingsaanslag en oordeelde dat de prestaties van belanghebbende belastbare diensten waren onder de Wet op de omzetbelasting 1968, mede gelet op het Europese recht zoals geformuleerd in het arrest Tolsma. Het prijzengeld werd gezien als werkelijke tegenwaarde voor de geleverde diensten.
In cassatie voerde belanghebbende aan dat het prijzengeld niet de werkelijke tegenwaarde vormde en dat de toernooideelname niet binnen zijn beroepsuitoefening viel. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde het oordeel van het Hof dat de prestaties zelfstandig en in het economische verkeer werden verricht.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het cassatieberoep af, waarmee de naheffingsaanslag definitief bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.