ECLI:NL:HR:1996:AA2019
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Stoffer
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 71.023. Daarna werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 75.799 zonder verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de navorderingsaanslag handhaafde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroepschrift en het vertoogschrift van de Staatssecretaris van Financiën bestudeerd. De middelen van belanghebbende konden niet leiden tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen gronden zijn voor het opleggen van proceskosten aan partijen. Het beroep in cassatie is verworpen. Het arrest is op 5 juni 1996 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter en de raadsheren Jansen en Fleers, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990 wordt verworpen.