ECLI:NL:HR:1996:AA2027
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode aandelen nalatenschap bij successierecht
De erven Y te P zijn in geschil met de Belastingdienst over de waardering van certificaten van aandelen in a N.V. die deel uitmaakten van de nalatenschap van Y, overleden op 4 april 1986. De Inspecteur had aanslagen in het recht van successie opgelegd die na bezwaar verminderd werden, maar het Hof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en stelde de aanslagen opnieuw vast met een aangepaste waardering.
Het geschil betreft de juiste waarderingsgrondslag van de aandelen op het moment van overlijden. Het Hof volgde het standpunt dat de waarde moest worden bepaald op basis van de prijs die bij onderhandse verkoop aan een grote belegger (private placement) zou worden verkregen, waarbij de Discounted Cash Flow (DCF) methode werd toegepast. Daarnaast werd rekening gehouden met de beurskoers van de niet-gecertificeerde aandelen die in de VS werden verhandeld.
Het Hof gaf aan dat de DCF-waarde een tweemaal zo zwaar gewicht kreeg als de beurskoers, mede vanwege het speculatieve karakter van de aandelen. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof deze waarderingen op juiste wijze heeft gemotiveerd en dat het beroep in cassatie faalt. Er is geen reden voor proceskostenveroordeling. Het arrest bevestigt de waarderingsmethode en laat de aanslagen ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de waardering van de aandelen volgens het Hof blijft gehandhaafd.