ECLI:NL:HR:1996:AA2037
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak inzake aanslag inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 78.641,--. Na bezwaar werd de aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de aanslag bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde een middel aan. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad wees ook af om proceskosten toe te wijzen aan de zijde van de Staatssecretaris, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd op 9 augustus 1996 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1989 wordt verworpen.