ECLI:NL:HR:1996:AA2041
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-toepassing kleine ondernemersregeling in omzetbelastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het eerste halfjaar van 1992 ter hoogte van ƒ 618,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De klacht betrof het niet toepassen van de kleine ondernemersregeling zoals neergelegd in artikel 25, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968. De Hoge Raad oordeelde dat uit de stukken niet bleek dat belanghebbende zich op deze regeling had beroepen of voldoende feiten had aangevoerd die toepassing daarvan rechtvaardigden.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof niet verplicht was ambtshalve te onderzoeken of de kleine ondernemersregeling van toepassing was. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het beroep werd verworpen en het arrest werd op 9 oktober 1996 uitgesproken door de raadsheren Van der Linde, Bellaart en Meij.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.