ECLI:NL:HR:1996:AA2042
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over teruggaaf omzetbelasting verbouwingskosten winkel en bovenwoning
Belanghebbende exploiteerde een delicatessen- en wijnwinkel in een gehuurd pand met een bovenwoning die aan een derde was verhuurd. Tijdens het tijdvak 1 juli tot en met 30 september 1992 liet belanghebbende een verbouwing uitvoeren die ook een nieuwe opgang naar de bovenwoning omvatte. De totale verbouwingskosten bedroegen ƒ 247.191,--, waarvan ƒ 36.116,25 exclusief omzetbelasting betrekking had op de bovenwoning.
De Inspecteur verleende gedeeltelijke teruggaaf van omzetbelasting, welke gedeeltelijke weigering werd bevestigd door het hof. Het hof oordeelde dat de kosten voor de bovenwoning niet in het kader van de onderneming waren gebruikt en daarom niet aftrekbaar waren.
De Hoge Raad oordeelde dat de verbouwingskosten, ook die voor de bovenwoning en de nieuwe opgang, door belanghebbende als huurder van de winkelruimte in het kader van zijn onderneming zijn gebruikt. Het feit dat de bovenwoning door een derde werd bewoond en de opgang mede door hen werd gebruikt, doet hieraan niet af. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en de beschikking van de Inspecteur en kende volledige teruggaaf van de omzetbelasting toe.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten die belanghebbende redelijkerwijs had moeten maken in zowel het cassatieproces als het hofproces.
Uitkomst: Volledige teruggaaf van omzetbelasting over de totale verbouwingskosten wordt aan belanghebbende verleend.