ECLI:NL:HR:1996:AA2043
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vrijstelling overdrachtsbelasting bij verhuurde grond
Belanghebbende, X B.V., verkreeg op 29 december 1992 een perceel grond van de gemeente, waarvoor een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting werd opgelegd. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestiging door het Hof.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, lid 1, letter a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, waarbij belanghebbende stelde dat de grond vrijgesteld moest zijn omdat omzetbelasting verschuldigd zou zijn. De gemeente had de grond vanaf 1 januari 1988 tot de overdracht verhuurd als parkeerterrein en groenvoorziening.
Het Hof oordeelde dat de gemeente als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 de grond als bedrijfsmiddel gebruikte en dat de verhuur onder artikel 7, lid 2, letter b, van die wet valt. Hierdoor was de grond duurzaam in gebruik als bedrijfsmiddel, waardoor de vrijstelling van overdrachtsbelasting niet van toepassing was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van belanghebbende.
De Hoge Raad wees ook de stelling af dat de eerste ingebruikname alleen geldt indien het object volgens de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt. De feitelijke bestemming is bepalend. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing is op de verhuurde grond.