ECLI:NL:HR:1996:AA3222

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 augustus 1996
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
31115
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Linde
  • Bellaart
  • Van der Putt-Lauwers
  • Van Brunschot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de vennootschapsbelasting 1969
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aanslag vennootschapsbelasting 1987 en weigert cassatie

B.V. X te Z (Spanje) kreeg voor het jaar 1987 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 80.000 met een verhoging wegens niet tijdige aangifte van ƒ 1.000. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag en de verhoging bevestigde.

Vervolgens stelde B.V. X beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij zij enkele klachten aanvoerde tegen het oordeel van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling betroffen.

De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 30 augustus 1996 door de vice-president en raadsheren vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van B.V. X werd verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting 1987 werd bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. X te Z (Spanje) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 februari 1995 betreffende de aan haar voor het jaar 1988 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1987 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 80.000,--, met een verhoging wegens niet tijdige aangifte, groot ƒ 1.000,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd en de verhoging heeft gehandhaafd.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enige klachten aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr P.J. Trijzelaar, advocaat te 's-Gravenhage.
3. Beoordeling van de klachten De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 30 augustus 1996 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, Van der Putt-Lauwers en Van Brunschot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.