Uitspraak
29 september 1995.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of het ontslag op staande voet gegeven aan eiser door Bistro 't Plenkske rechtsgeldig was. De Kantonrechter oordeelde dat het ontslag nietig was en kende eiser salarisvergoedingen toe. Tegen dit vonnis stelde 't Plenkske hoger beroep in, waarbij eiser niet tijdig een memorie van antwoord indiende, waarna hem het recht daarop werd ontnomen.
Eiser verzocht om pleidooi in hoger beroep, maar de Rechtbank wees dit af omdat niet aan de vereiste van het wisselen van conclusies was voldaan, conform artikel 144 Rv Pro. De Hoge Raad onderzoekt of deze toepassing van artikel 144 Rv Pro. in hoger beroep terecht is en of fundamentele procesrechtelijke beginselen meebrengen dat een verzoek tot pleidooi alleen mag worden afgewezen als de wederpartij bezwaar maakt en er klemmende redenen zijn.
De Hoge Raad constateert dat artikel 144 Rv Pro. krachtens artikel 347 lid 1 Rv Pro. ook in hoger beroep toepasselijk is, maar heropent de behandeling om partijen en het Openbaar Ministerie gelegenheid te geven zich uit te spreken over de procesrechtelijke vraag rond toelating tot pleidooi. De zaak wordt aangehouden totdat het Openbaar Ministerie heeft geconcludeerd.
Uitkomst: De Hoge Raad heropent de behandeling en houdt de zaak aan voor nadere procesrechtelijke toelichting over toelating tot pleidooi.