ECLI:NL:HR:1997:AA2083
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende was niet tijdig met het betalen van het griffierecht voor zijn beroep tegen een belastingaanslag over het jaar 1990, waardoor het Hof zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat hij het griffierecht zo spoedig mogelijk had voldaan en klaagde over de dagtekening en openbare uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij het griffierecht binnen de gestelde termijn had betaald. Het oordeel van het Hof over de feitelijke omstandigheden is niet in cassatie te toetsen. De klacht over de dagtekening en het ontbreken van een openbare uitspraak leidt niet tot vernietiging van het vonnis, omdat het verzuim is hersteld door de openbare uitspraak van het arrest.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van belanghebbende in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft gehandhaafd.