ECLI:NL:HR:1997:AA2084

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 1997
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
31732
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Urlings
  • Pos
  • Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen 1993

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 58.803. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 58.165. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 56.535.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde een middel aan tegen de uitspraak van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees ook af dat proceskosten aan belanghebbende konden worden toegekend. Het arrest werd vastgesteld op 29 januari 1997 door de raadsheren Urlings, Pos en Beukenhorst en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 7 november 1995 betreffende de hem voor het jaar 1993 opgelegde aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 58.803,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 58.165,--. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 56.535,--.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 29 januari 1997 vastgesteld door de raadsheer Urlings als voorzitter, en de raadsheren Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud, en op die datum in het openbaar uitgesproken.