ECLI:NL:HR:1997:AA2085
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing renteaftrek wegens niet-betaling en onzekerheid schuld
Belanghebbende werd voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ130.448. Na bezwaar en beroep bij het Hof Leeuwarden werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ81.275. Het geschil betrof de aftrek van rente op een bankschuld die door de Inspecteur was geweigerd.
Het Hof oordeelde dat geen rente was betaald of ter beschikking gesteld aan de bank en dat bovendien de kans dat belanghebbende deze rente ooit zou voldoen, nihil was. Dit oordeel was gebaseerd op het feit dat er een geschil bestond over de hoogte van de schuld en dat bij aanvaarding van de opvatting van belanghebbende weinig van de schuld overbleef.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van feitelijke aard van het Hof niet onbegrijpelijk was en geen nadere motivering behoefde. De middelen van cassatie die hiertegen waren gericht, faalden. Ook de stelling dat stukken tardief waren overgelegd, werd verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag wordt gehandhaafd zoals verminderd door het Hof.