ECLI:NL:HR:1997:AA2094
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbare kosten beroepsvoetballer bij bezoeken aan voetbalwedstrijden
Belanghebbende, een beroepsvoetballer, kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 51.667,-. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de reis- en verblijfkosten van ƒ 1.300,- voor het bezoeken van voetbalwedstrijden van andere profclubs aftrekbaar moesten zijn.
De Hoge Raad overwoog dat het bezoeken van wedstrijden met het doel de speelwijze van toekomstige tegenstanders te bestuderen kan worden gelijkgesteld met een studiereis of excursie in de zin van artikel 36, lid 1, aanhef en letter j, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit geldt ook indien het bezoek plaatsvindt op directe opdracht van de werkgever, ook al betreft het geen directe taakvervulling zoals bij een trainer of talentscout.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof. Er waren geen gronden voor veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 26 februari 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting blijft gehandhaafd.