ECLI:NL:HR:1997:AA2116
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting na aandelentransacties
Belanghebbende, handelend via diverse vennootschappen, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd voor het jaar 1988 met een belastbaar inkomen van ruim ƒ1.3 miljoen, na aanvankelijke aanslag van ƒ4.852. Het Hof Amsterdam vermindert deze aanslag tot een belastbaar inkomen van circa ƒ1.09 miljoen met een boete van 100% die deels werd kwijtgescholden.
De zaak draait om drie aandelentransacties waarbij vennootschappen van belanghebbende en zijn kinderen betrokken waren. Het Hof oordeelde dat het resultaat van deze transacties deels onzakelijk was toegerekend aan de vennootschappen van de kinderen, terwijl het voordeel feitelijk aan belanghebbende toekwam. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst klachten over onjuiste waardering en het ontbreken van zakelijke vergoeding af.
Ook het verweer dat G BV niet bewust was van de uitdeling aan belanghebbende faalt, evenals bezwaren over het niet in aanmerking nemen van vennootschapsbelasting en risico's van de transacties. De Hoge Raad concludeert dat het Hof terecht het voordeel als belastbare winstuitdeling aan belanghebbende heeft toegerekend en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de navorderingsaanslag en boete.