ECLI:NL:HR:1997:AA2118
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid verbouwingskosten kantoorruimte in woning voor inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 84.085,--. Na bezwaar werd deze verminderd tot ƒ 82.828,--. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 81.829,--. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de (afschrijvings)kosten van de verbouwing van de zolder tot werkkamer in de eigen woning onder de forfaitaire aftrekbare kosten vallen zoals bedoeld in artikel 36, lid 2, aanhef en letter f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Hoge Raad bekeek de wetsgeschiedenis en concludeerde dat alle kosten die in ruime zin verband houden met de kantoorruimte, waaronder ook verbouwingskosten, onder het forfait vallen.
Hierdoor is geen plaats voor een afzonderlijke aftrek van deze kosten naast het forfaitair berekende bedrag. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 19 maart 1997 uitgesproken door de vice-president Stoffer en raadsheren Zuurmond en Beukenhorst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat verbouwingskosten van kantoorruimte in de woning onder het forfait vallen en niet afzonderlijk aftrekbaar zijn.