ECLI:NL:HR:1997:AA2162
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskosten in belastingzaak
Belanghebbende diende op 27 december 1991 een verzoek in bij de Inspecteur inzake de waardeverandering van landbouwgrond. De Inspecteur stelde aanvankelijk het voordeel op nihil, maar na bezwaar werd dit vastgesteld op ƒ 58.000. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak en stelde het voordeel vast op ƒ 60.000, waarbij de Inspecteur werd veroordeeld tot betaling van ƒ 1.065 aan proceskosten.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot vernietiging kon leiden, maar constateerde een rekenfout in de vaststelling van de proceskosten door het hof. Het hof had de proceskosten berekend op ƒ 1.065 terwijl dit ƒ 2.130 had moeten zijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het de proceskosten betrof, veroordeelde de Inspecteur tot betaling van ƒ 2.130 aan proceskosten en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën gelast het griffierecht van ƒ 300 aan belanghebbende te vergoeden. Het arrest werd uitgesproken op 11 juni 1997.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de proceskosten betreft en veroordeelt de Inspecteur tot betaling van ƒ 2.130 aan proceskosten.