ECLI:NL:HR:1997:AA2170
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen niet-ontvankelijkheid in bezwaar inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Op 27 december 1994 verzocht hij de Inspecteur om herziening van deze aanslag, wat door de Inspecteur werd aangemerkt als een bezwaarschrift. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat hem wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht eveneens niet-ontvankelijk verklaarde. Het Hof verklaarde het verzet van belanghebbende tegen deze beschikking ongegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat bij gegrondverklaring van het verzet geen andere beslissing mogelijk was dan bevestiging van de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Om redenen van proceseconomie was het Hof gerechtigd het verzet ongegrond te verklaren. De Hoge Raad zag geen schending van rechtsregels en wees het cassatieberoep af.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en stelde het arrest op 18 juni 1997 in het openbaar vast.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring blijft ongegrond.