ECLI:NL:HR:1997:AA2171

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 1997
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
32155
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Linde
  • Bellaart
  • Van der Putt-Lauwers
  • Van Brunschot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag vennootschapsbelasting

X B.V. kreeg voor het jaar 1988 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een belastbaar bedrag van ƒ 2.500.930, onder aftrek van investeringsbijdragen. Tegen deze aanslag kwam X B.V. in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de navorderingsaanslag handhaafde.

X B.V. stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën bestreed dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 11 juni 1997 door de Hoge Raad vastgesteld en openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wordt verworpen.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 februari 1996 betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag en geding voor het Hof Aan belanghebbende, aan wie aanvankelijk voor het jaar 1988 een aanslag in de vennootschapsbelasting is opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 2.500.930,--, onder vermindering van de belasting met investeringsbijdragen ten bedrage van ƒ 124.046,--, is over dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 2.500.930,--, onder vermindering van de belasting met investeringsbijdragen ten bedrage van ƒ 83.733,--, zonder verhoging. Belanghebbende is tegen die navorderingsaanslag in beroep gekomen bij het Hof, dat deze navorderingsaanslag heeft gehandhaafd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 'S Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 11 juni 1997 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, Van der Putt- Lauwers en Van Brunschot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.