ECLI:NL:HR:1997:AA2181
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad veroordeelt Staat in proceskosten na intrekking cassatieberoep motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende had een cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Dit beroep werd later ingetrokken. Vervolgens verzocht belanghebbende om vergoeding van de proceskosten die hij had gemaakt in verband met de behandeling van het geding voor het Hof en in cassatie.
De Staatssecretaris van Financiën wees het verzoek primair af en stelde subsidiair een lagere vergoeding voor. De Hoge Raad oordeelde dat de noodzaak tot het instellen van het beroep niet uitsluitend aan belanghebbende kon worden toegerekend, zodat vergoeding van proceskosten niet zonder meer kon worden geweigerd.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende redelijkerwijs kosten had moeten maken voor de behandeling van het geding voor het Hof, maar dat er geen aanwijzingen waren dat kosten waren gemaakt conform het Besluit proceskosten fiscale procedures voor de cassatiebehandeling. Daarom veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten voor het geding bij het Hof, vastgesteld op ƒ 1.420,-- voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Het arrest werd op 11 juni 1997 uitgesproken door de raadsheren Bellaart, Van Brunschot en Meij, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Van Hooff.
Uitkomst: De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld tot betaling van ƒ 1.420,-- aan proceskosten voor het geding bij het Hof.