ECLI:NL:HR:1997:AA2187
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afschrijvingstermijn en restwaarde computerapparatuur voor inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende, een wetenschappelijk medewerker, had voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 98.568,--. Hij had bezwaar gemaakt tegen de aanslag, waarbij de Inspecteur de aanslag handhaafde. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende klachten aan het oordeel van het Hof over de afschrijving van een in januari 1993 aangeschafte MPC-computer ter waarde van ƒ 6.679,--. De computer werd intensief gebruikt en meerdere keren per jaar vervoerd. Belanghebbende had de computer in twee jaar afgeschreven zonder restwaarde, terwijl de Inspecteur uitging van een afschrijvingstermijn van drie jaar en een restwaarde van 10%.
Het Hof oordeelde dat de gebruiksduur van computerapparatuur in het algemeen drie jaar bedraagt en dat een restwaarde van 10% gebruikelijk is. De bewijslast voor het aannemelijk maken van een afwijkende afschrijvingstermijn en restwaarde lag bij belanghebbende. De Hoge Raad vond geen onjuiste bewijslastverdeling en verwierp het cassatieberoep. Ook de overige klachten faalden, zodat het beroep werd verworpen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 18 juni 1997.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen wordt bevestigd.