ECLI:NL:HR:1997:AA2189
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belastbaar inkomen na correctie buitengewone lasten en proceskostenveroordeling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 32.328,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 27.571,--.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de wettelijke drempel bij de berekening van de aftrekbare buitengewone lasten. Hierdoor moest het belastbaar inkomen worden verhoogd met ƒ 800,-- tot ƒ 28.371,--.
Verder werd vastgesteld dat de kosten van levensonderhoud van meerderjarige studerende kinderen die niet meer thuis wonen, onder omstandigheden kunnen worden toegerekend aan hetgeen de ondersteunde nodig heeft voor een redelijk bestaan.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, met uitzondering van de beslissing over griffierecht en proceskosten, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 28.371,-- en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het belastbaar inkomen vast op ƒ 28.371,-- en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.