ECLI:NL:HR:1997:AA2209
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongeschonden toepassing van objectief stelsel bij terugbetaling kapitaal en verwerpt beroep Staatssecretaris
Belanghebbende en zijn broer richtten in 1981 B B.V. op, waarin belanghebbende het merendeel van de aandelen hield. In 1983 kochten zij aandelen in C B.V., een turbovennootschap met een groot maatschappelijk kapitaal maar een verliesbalans. Vervolgens verkochten zij hun aandelen in B B.V. aan C B.V. en ontstond een fiscale eenheid. In de jaren daarna keerde B B.V. dividend uit en werd het maatschappelijk kapitaal van C B.V. in 1988 verlaagd, waarbij de aandelen werden afgestempeld. De Inspecteur zag de terugbetaling van kapitaal als winstuitdeling en belastte deze in de inkomstenbelasting.
Het Hof vernietigde deze aanslag en oordeelde dat de terugbetaling van kapitaal niet in strijd was met de Wet op de inkomstenbelasting 1964, mede gelet op de wetsgeschiedenis van artikel 29, lid 2. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in met het argument dat sprake was van wetsontduiking (fraus legis).
De Hoge Raad overwoog dat het objectieve stelsel van artikel 29, lid 2 Wet IB 1964 inhoudt dat terugbetaling van kapitaal onbelast blijft indien voorafgaand een statutenwijziging heeft plaatsgevonden die de nominale waarde van aandelen vermindert. Dit systeem is een fundamentele keuze van de wetgever en kan niet door de rechter worden terzijde gesteld op grond van wetsontduiking. Hoewel het stelsel soms maatschappelijk ongewenste uitkomsten kan hebben, behoort wijziging tot de wetgever.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de terugbetaling van kapitaal door een turbovennootschap na statutenwijziging niet als winstuitdeling belast kan worden, ook niet indien sprake is van een holdingstructuur, mits het belang van aandeelhouders wezenlijk wijzigt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd conform het Hof.