ECLI:NL:HR:1997:AA2215
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende was tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1990 in bezwaar gegaan, waarna de Inspecteur de aanslag had verminderd. Het Hof Amsterdam bevestigde deze vermindering. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
In cassatie werd onder meer betwist dat AOW-uitkeringen tot de inkomsten uit arbeid behoren voor de toepassing van artikel 36, lid 1, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde het oordeel van het Hof.
Daarnaast werd aangevoerd dat de wettelijke regeling die aftrek van kosten voor afscheids- en zakendiners uitsluit, in strijd zou zijn met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) vanwege ongelijke behandeling tussen werkgevers en werknemers. De Hoge Raad oordeelde dat de regeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is, mede gelet op de fiscale doelmatigheid en controleerbaarheid.
De Hoge Raad wees ook het beroep af dat betrekking had op de proceskostenveroordeling en concludeerde dat geen gronden aanwezig waren voor toewijzing daarvan. Het arrest werd op 15 juli 1997 uitgesproken en het beroep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.