ECLI:NL:HR:1997:AA2227
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid uitspraak belastingkamer zonder nadere mondelinge behandeling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd verminderd. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak van het Hof Arnhem.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Eerste Enkelvoudige Belastingkamer zonder nadere mondelinge behandeling uitspraak mocht doen, terwijl het lid dat de mondelinge behandeling had bijgewoond wegens ziekte was vervangen. Partijen hadden schriftelijk ingestemd met afdoening zonder nieuwe mondelinge behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat vervanging van een lid dat de mondelinge behandeling had bijgewoond niet per definitie een nieuwe mondelinge behandeling vereist. De schriftelijke toestemming van partijen maakt het mogelijk dat de kamer uitspraak doet op basis van de bestaande stukken. Het cassatieberoep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de belastingkamer zonder nadere mondelinge behandeling uitspraak mocht doen met schriftelijke instemming van partijen.