ECLI:NL:HR:1997:AA2230
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
De zaak betreft een beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen opgelegd aan belanghebbende.
De Hoge Raad beoordeelt allereerst de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. Het beroepschrift werd niet rechtstreeks bij het bevoegde hof ingediend, maar eerst bij de Hoge Raad. Na doorzending aan het hof bleek het beroepschrift te zijn ingekomen na de wettelijke termijn van zes weken, die eindigde op 27 augustus 1996.
Gezien de overschrijding van deze termijn verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast beslist de Hoge Raad over de proceskosten en veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende.
Het arrest is op 10 september 1997 vastgesteld door de vice-president Jansen en raadsheren Bellaart, De Moor, Van Brunschot en Meij en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.