ECLI:NL:HR:1997:AA2236
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onroerend goed en navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, werd voor het jaar 1990 aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar bedrag van ƒ 775.393,--. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar bedrag van ƒ 1.098.130,-- en een verhoging van 100%, waarvan 50% werd kwijtgescholden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde zowel de navorderingsaanslag als de uitspraak van de Inspecteur.
De kern van het geschil betrof de waardering van een pand waarvan de economische eigendom op 29 december 1989 werd overgedragen aan belanghebbende voor een koopprijs van ƒ 1.200.000,--, gebaseerd op een taxatie. Later bleek de werkelijke waarde hoger te zijn, wat leidde tot een herziening van de koopprijs in een notariële akte van 10 mei 1990 tot ƒ 1.560.000,--.
Het Hof stelde de waarde van het pand op 28 december 1989 vast op ƒ 1.520.000,--, gebaseerd op een taxatie van twee onafhankelijke makelaars. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof deze waardering terecht had aangenomen en dat het achteraf herzien van de koopprijs zonder fiscale consequenties gerechtvaardigd was, ook al was de oorspronkelijke koopprijs lager vastgesteld.
Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd verworpen. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en bepaalde dat een recht van ƒ 300,-- geheven wordt, verminderd met reeds betaalde kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.