ECLI:NL:HR:1997:AA2237
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie van grond als bouwterrein bij levering met voorzieningen
Aan belanghebbende, een besloten vennootschap, is voor het tijdvak van 1 januari 1990 tot en met 31 december 1992 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Amsterdam. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de naheffingsaanslag aanzienlijk.
Belanghebbende stelde in cassatie het oordeel van het Hof ter discussie dat de grond, waarop reeds voorzieningen als een bouwput en heipalen waren aangebracht, als bouwterrein moet worden aangemerkt volgens artikel 11, lid 1, letter a, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Het Hof had geoordeeld dat het feit dat deze voorzieningen tegen de wil van belanghebbende waren getroffen, niet relevant was voor de kwalificatie.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de aanwezigheid van dergelijke voorzieningen op het moment van levering de grond tot bouwterrein maakt, ongeacht de wil van de verkoper. De Hoge Raad ziet geen gronden om het cassatieberoep toe te wijzen en wijst het beroep af. Tevens worden geen proceskosten toegewezen aan partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de levering van de grond met voorzieningen als bouwterrein moet worden aangemerkt.