ECLI:NL:HR:1997:AA2241
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleer
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid provincie tot opleggen verhoging navorderingsaanslag zuiveringsheffing niet gegrond
In deze zaak gaat het om een beroep in cassatie van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De provincie had aan X B.V. een navorderingsaanslag opgelegd voor de zuiveringsheffing over 1990, inclusief een verhoging van 100% van de nagevorderde belasting. Deze verhoging was door Gedeputeerde Staten teruggebracht tot 25%. Belanghebbende kwam in beroep tegen deze aanslag en het kwijtscheldingsbesluit.
Het Hof heeft de navorderingsaanslag verminderd met het bedrag van de verhoging. De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld of de provincie bevoegd was om een dergelijke verhoging op te leggen. Volgens de Hoge Raad heeft de verhoging het karakter van een boete wegens het niet betalen van belasting, maar ontbreekt een wettelijke grondslag in de Provinciewet om deze verhoging op te leggen.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 152a en artikel 87 van Pro de oude Provinciewet geen bevoegdheid geven aan de provincie om een verhoging in de vorm van een boete op te leggen door middel van een verhoging van de niet betaalde belasting. Het beroep van Gedeputeerde Staten wordt daarom verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep van Gedeputeerde Staten en bevestigde dat de provincie niet bevoegd is een verhoging op de navorderingsaanslag op te leggen.