ECLI:NL:HR:1997:AA2253
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over belastingaanslag en afwijzing belastingverijdeling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van circa ƒ 2,45 miljoen, geheel belast volgens het bijzondere tarief van artikel 57 lid 2 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Leeuwarden. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag tot circa ƒ 2,43 miljoen.
In cassatie stelde belanghebbende dat de transacties in 1983, 1984 en 1989 niet als een samenstel van rechtshandelingen met belastingverijdeling als doorslaggevende beweegreden konden worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat deze waardering aan het Hof toekomt en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Tevens verwierp de Hoge Raad het middel dat het Hof zonder nadere motivering stellingen van belanghebbende had verworpen over de zakelijke rechtvaardiging van een onttrekking aan het vermogen van E BV.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zijn situatie vergelijkbaar was met gevallen waarin de Inspecteur artikel 24 van Pro de Wet niet toepaste, en dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het Hof over belastingverijdeling en aanslagvermindering.