ECLI:NL:HR:1997:AA3180
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit aanmerkelijk belang bij verkoop cumulatief-preferente aandelen
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, verkocht in 1990 cumulatief-preferente aandelen die hij bezat. De Inspecteur nam de verkoopwinst van deze aandelen op als winst uit aanmerkelijk belang in de aanslag inkomstenbelasting.
Belanghebbende stelde dat deze aandelen geen recht gaven op vennootschappelijke reserves en dat de verkoopwinst daarom niet als winst uit aanmerkelijk belang kon worden beschouwd. Daarnaast beriep hij zich op het vertrouwensbeginsel en betwistte hij de heffingsrente.
Het Hof oordeelde dat ondanks de statutaire bepalingen de cumulatief-preferente aandelen in wezen dezelfde rechten en verplichtingen omvatten als de gewone aandelen, en dat belanghebbende zijn aanspraak op de reserves behield. Het Hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en stelde dat de verkoopprijs de werkelijke waarde van de onderneming weerspiegelde.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp het cassatieberoep, waarbij tevens werd besloten geen proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 11 juni 1997 uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting inclusief heffingsrente over de verkoopwinst van cumulatief-preferente aandelen.