ECLI:NL:HR:1997:AA3198
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake waardering goodwill en onderhanden werk bij inbreng notarispraktijk
Belanghebbende bracht in 1987 zijn notarispraktijk in een B.V. in, waarbij een goodwill van ƒ 500.000 werd gehanteerd zonder rekening te houden met onderhanden werk. Een fiscale glijclausule bepaalde dat bij vaststelling van een andere waarde deze ook tussen oprichter en vennootschap zou gelden.
In een eerdere procedure stelde het hof Arnhem de goodwill op ten minste ƒ 224.000 en het onderhanden werk op ƒ 276.000. Later werd een emissiebesluit genomen voor een bedrag van ƒ 351.000 meer dan aanvankelijk ingebracht.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat een storting had plaatsgevonden en dat de oorspronkelijke waardering van ƒ 500.000 correct was. De Hoge Raad vond dit oordeel onbegrijpelijk omdat de berekende goodwill lager was dan de gehanteerde waarde.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof 's Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werden proceskosten en griffierechten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het hof 's Hertogenbosch.