ECLI:NL:HR:1997:AA3206
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering nalatenschapsaandeel op intrinsieke waarde zonder afdwingbare voortzettingsverplichting
Belanghebbenden, erfgenamen van een nalatenschap, kregen aanslagen in het successierecht opgelegd over hun verkrijging uit de nalatenschap van hun overleden familielid. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd op basis van de intrinsieke waarde van het aandeel in de maatschap.
De erflaatster had jarenlang samen met haar broers en zusters een landbouwonderneming in maatschapsverband geëxploiteerd. Belanghebbenden stelden dat het aandeel in de maatschap gewaardeerd moest worden op going-concernwaarde, waarbij rekening gehouden zou moeten worden met de rendabele voortzetting van de onderneming.
Het Hof verwierp dit standpunt, omdat niet was gesteld of gebleken dat de erflaatster zich rechtens had verplicht tot overdracht of voortzetting van haar aandeel door de overige maten. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat alleen een rechtens afdwingbare verplichting tot voortzetting of overname tot een andere waardering zou kunnen leiden.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en oordeelde dat de waardering op de waarde in het economische verkeer in vrij opleverbare staat, zoals door de Inspecteur toegepast, correct was. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de waardering van het aandeel in de maatschap blijft gebaseerd op de intrinsieke waarde zonder afdwingbare voortzettingsverplichting.