ECLI:NL:HR:1997:AA3216
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing Nederlandse socialezekerheidswetgeving op directeur met grensoverschrijdende werkzaamheden
De zaak betreft een directeur en enig aandeelhouder van een Nederlandse besloten vennootschap die in 1984 twee dagen per week in Nederland werkte en daarnaast in België actief was. De vraag was of hij uitsluitend aan de Belgische socialezekerheidswetgeving was onderworpen of ook aan de Nederlandse.
De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die verduidelijkt dat werkzaamheden binnen de EU moeten worden beoordeeld volgens de socialezekerheidswetgeving van het land waar ze worden uitgevoerd. Dit betekent dat de werkzaamheden in Nederland als 'in loondienst' worden beschouwd.
Het Hof had geoordeeld dat de arbeidsverhouding van de directeur als een privaatrechtelijke dienstbetrekking kwalificeert en dat hij daarom premieplichtig is in Nederland voor de gehele periode, niet slechts voor de dagen waarop hij werkte. Dit oordeel wordt door de Hoge Raad bevestigd, waarbij ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bepaalt dat de betaalde griffierechten worden terugbetaald. Er worden geen proceskosten aan de zijde van de belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen wordt bevestigd voor de gehele periode.