ECLI:NL:HR:1997:AA3217
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijkheid van autokostenaftrek fractievoorzitter gemeenteraad
Belanghebbende, fractievoorzitter van een tweemansfractie in de gemeenteraad van R, bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting over 1990 autokosten ter waarde van ƒ 6.600,-- in aftrek. De Inspecteur handhaafde de aanslag, maar het Hof Leeuwarden vernietigde deze en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 67.080,--.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest. De kern van het geschil betrof de redelijkheid van de aftrek van autokosten. De Inspecteur baseerde zich op een onderzoek onder 33 andere raadsleden waaruit bleek dat slechts vijf raadsleden reiskosten claimden, gemiddeld ƒ 155,-- per persoon, en stelde dat dit bedrag als maximum aftrekbaar moest worden beschouwd.
Het Hof verwierp dit standpunt omdat het onderzoek te algemeen en onvoldoende toegespitst was op de specifieke situatie van belanghebbende, die fractievoorzitter was in een gemeente met een groot buitengebied. De Hoge Raad bevestigde deze motivering en oordeelde dat de beoordeling van redelijkheid niet uitsluitend cijfermatig kan zijn, maar alle omstandigheden moet meenemen, waaronder verstrekte voorzieningen en vergelijkbare situaties.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat de bewijslast omtrent de redelijkheid van de kosten op de belastingplichtige rust. Er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegekend. De uitspraak werd op 8 januari 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de redelijkheid van de autokostenaftrek van belanghebbende.