ECLI:NL:HR:1997:AA3229
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over boekwinst bij onttrekking pand aan ondernemingsvermogen in omzetting onderneming
Belanghebbende bracht zijn onderneming per 1 januari 1990 in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in, op basis van een voorovereenkomst van augustus 1990. Een pand dat hij als woning gebruikte wilde hij naar privé overbrengen. De Inspecteur stemde in met deze overbrenging per 18 maart 1991 tegen een waarde van ƒ 395.000,--. In de aangiften van 1989, 1990 en 1991 werd geen boekwinst opgenomen over het pand, wel het huurwaardeforfait.
De kern van het geschil was of de boekwinst van ƒ 266.949,-- belastbaar was in 1989, zoals belanghebbende stelde, of in 1991, zoals de Inspecteur en het Hof oordeelden. Het Hof bevestigde dat de boekwinst in 1991 moest worden belast, omdat niet aannemelijk was dat het pand eerder dan 1991 feitelijk aan het ondernemingsvermogen was onttrokken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het oordeel van het Hof over het tijdstip van onttrekking feitelijk en niet onbegrijpelijk was. Ook het betoog dat de boekwinst op grond van de Resolutie van 1986 in 1989 belast zou moeten worden faalde, omdat de omzetting pas in 1991 plaatsvond. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het arrest van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd dat de boekwinst in 1991 belastbaar is.