ECLI:NL:HR:1997:AA3243
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over naheffingsaanslag loonbelasting en premies volksverzekeringen met betrekking tot verhoging en grove schuld
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het te weinig afdragen van loonbelasting en premies volksverzekeringen over 1991, inclusief een verhoging van 100%, die ambtshalve werd verminderd tot 10%. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag en de beperkte kwijtschelding bevestigd.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie of de verhoging terecht was opgelegd en of het hof de juiste uitleg had gegeven aan de brief van de Inspecteur waarin de kwijtschelding werd gemotiveerd. Het hof had geoordeeld dat het aan belanghebbendes grove schuld te wijten was dat te weinig was afgedragen, maar de Hoge Raad vond dat het hof onjuist had aangenomen dat primair een verhoging van 100% en subsidiair een van 10% was opgelegd.
De Hoge Raad stelde vast dat de brief van de Inspecteur ondubbelzinnig was en dat het alleen ging om de vraag of een verhoging als bedoeld in artikel 21, eerste lid, eerste volzin, AWR mocht worden opgelegd. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad gelastte tevens dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van belanghebbende voor het cassatieberoep vergoedt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.