ECLI:NL:HR:1997:AA3244
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing op waterstofgas als brandstof onder Wabm
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het gebruik van waterstofgas als brandstof in haar productieproces, gebaseerd op artikel 61m van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wabm). Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd door de verhoging te laten vervallen, maar de heffing op het waterstofgas bleef gehandhaafd.
De Hoge Raad overwoog dat waterstofgas, dat vrijkomt bij de elektrolyse van water en zout en wordt gebruikt als brandstof, onder de definitie van brandstoffen in de Wabm valt, omdat het bij verbranding verontreinigende stoffen in de buitenlucht kan veroorzaken. Het hof oordeelde terecht dat de Wabm geen vereiste stelt dat gasvormige brandstoffen afkomstig moeten zijn van fossiele brandstoffen.
X B.V. stelde dat sprake was van dubbele heffing omdat de elektriciteit die voor het elektrolyseproces werd gebruikt, mogelijk al was belast, maar het hof verwierp dit omdat voor die elektriciteit geen heffing op grond van de Wabm verschuldigd is. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de heffing op het waterstofgas als brandstof bevestigd.