ECLI:NL:HR:1997:AA3292
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 wegens onvoldoende concreet plan vervanging bedrijfspand
Belanghebbende, die een aannemingsbedrijf dreef, verkocht in 1987 een bedrijfspand aan de gemeente en realiseerde daarbij een boekwinst van ƒ 611.999,- die niet in het belastbare inkomen werd opgenomen. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op, die het Hof vernietigde omdat het oordeelde dat er concrete plannen bestonden om het pand te vervangen, waardoor uitstel van winstneming gerechtvaardigd was.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof te lichte eisen had gesteld aan de concreetheid van het plan tot vervanging. Volgens de Hoge Raad moest het plan gericht zijn op aankoop van een nieuw pand binnen de onderneming zelf, en niet op een vaag voornemen of op een pand van een andere vennootschap.
Daarnaast stelde de Hoge Raad dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van uitstel van winstneming bij de belanghebbende rust, en dat het Hof ten onrechte de bewijslast bij de Inspecteur had gelegd. Ook was de motivering van het Hof onduidelijk en tegenstrijdig, waardoor vernietiging en verwijzing naar een ander gerechtshof noodzakelijk waren.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de Staatssecretaris af, maar vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof.