ECLI:NL:HR:1997:AA3296
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking aftrek reiskosten ziekenbezoek bij gespreide verpleging
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 1993 reiskosten voor ziekenbezoek aan zijn ernstig zieke echtgenote in aftrek als buitengewone last. De Inspecteur weigerde deze aftrek, waarna het Gerechtshof Arnhem de aanslag verminderd heeft omdat de verpleging in twee perioden van elk korter dan een maand plaatsvond, maar samen meer dan een maand duurde.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke regeling in artikel 46, lid 3, letter e, Wet op de inkomstenbelasting 1964, bedoeld is om aftrek alleen toe te staan bij langdurige, aaneengesloten verpleging van meer dan een maand. Perioden van verpleging die gescheiden zijn door een langere onderbreking kunnen niet als één aaneengesloten periode worden beschouwd.
In deze zaak waren de twee ziekenhuisopnames van de echtgenote gescheiden door een periode van vier weken, waardoor de verpleging niet als aaneengesloten kon worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat reiskosten alleen aftrekbaar zijn bij aaneengesloten verpleging langer dan een maand.